In nachtcafés zijn de asbakken rap vol. Als er een zetel staat, dan zijn er gaten in gebrand. Als er een pooltafel staat, idem dito in het vilt. Nachtcafés worden bevolkt door zij die nog geen weet hebben van de anti-rookwetten, zij die niet aan hun lief laten weten hoe laat ze gaan thuis zijn, zij die gediplomeerd zijn in de toogfilosofie, en zij die weten dat een leven zonder alcohol het leven niet waard is. Een doorzakcafé is eigenlijk krak hetzelfde als een nachtcafé, maar de term wordt gereserveerd voor de echte zware cafés waar ge wakker wordt op de toog met een verdoofde kaak en (in het kruim van de doorzakcafés) met een blauw oog.