Karaoke is ontstaan in Sumatra in de vroege jaren 1820. Het woord betekent letterlijk "gat in kokosnoot" (kara-oke) naar de traditie om op feestdagen de stem te versterken door in een lege kokosnoot te zingen. Het zijn de Nederlanders die het importeerden in de vroege twintigste eeuw, samen met de traditie om enkel vervelende smartlappen te zingen. Of zoiets. In ieder geval, in karaokebars zingen vooral meisjes die aan het opwarmen zijn voor Popidool. Ze hebben helaas iets te veel babyvet voor hun witte leggings. De jongens zingen ook, maar die drinken zich eerst in een andere dimensie om Meatloaf aan te durven. Hoe later op de avond, hoe erger.